Direct naar de navigatie

Verklarende woordenlijst

Adoptieloge
Benaming voor een loge met vrouwelijke leden, meestal bestuurlijk ondergeschikt aan een bijbehorende loge met mannelijke leden.
Dergelijke loges waren in de achttiende en negentiende eeuw actief, tegenwoordig komen ze binnen de Nederlandse vrijmetselarij niet meer voor.
Afdeling van de Meestergraad
Wanneer een vrijmetselaar is ingewijd in de Meestergraad, kan hij lid worden van een Bouwhut, waarin men in een kleine vriendenkring bijeenkomt.
De Bouwhutten zijn bestuurlijk georganiseerd in een Kamer van Administratie.
Arbeid
Benaming voor het symbolische ‘werk’ van de vrijmetselaar; met de ‘rituele arbeid’ wordt het symbolische werken in de loge aangeduid.
Broeder
Aanspreekvorm voor vrijmetselaren onder elkaar, waarmee onderlinge gelijkheid benadrukt wordt.
Gemengde Orde
Vrijmetselaarsorganisatie, waarvan zowel mannen als vrouwen lid kunnen worden en met hetzelfde ritueel worden opgenomen.
Gezel
Benaming voor een ingewijde in de tweede graad van de vrijmetselarij.
Graad
Het inwijdingsniveau van een vrijmetselaar.
De vrijmetselarij kent drie ‘Blauwe’ of ‘symbolieke’ graden: Leerling, Gezel en Meester. Afhankelijk van de ritus waarin men werkt kan een Meester-vrijmetselaar nog een aantal 'hogere' graden doorlopen.
Gradenstelsel
Opeenvolging van inwijdingsgraden waarmee een vrijmetselaarsorganisatie werkt.
In de loop van de achttiende eeuw zijn in de vrijmetselarij diverse graden ontstaan: verschillende niveaus van inwijding met ieder een eigen symboliek. Sommige daarvan werden populair en veel beoefend, anderen raakten in onbruik. Gedurende de achttiende en negentiende eeuw werden de meest populaire graden samengevoegd tot verschillende gradenstelsels: vaste systemen van achtereenvolgens te doorlopen inwijdingsgraden, die een steeds verdere verdieping in symboliek bieden.
De diverse vrijmetselaarsorden werken vaak met onderling verschillende gradenstelsels.
Grootloge
De jaarlijkse vergadering van de loges, die tot eenzelfde organisatie behoren, wordt de Grootloge of (naar Frans gebruik) het Grootoosten genoemd.
Onder de Grootloge of het Grootoosten verstaat men zowel de jaarvergadering als de landelijke Orde.
Grootmeester
De voorzitter van het landelijk hoofdbestuur van de loges. Zie ook: Grootloge.
Grootoosten
Zie: Grootloge.
Hogere graden
Inwijdingsgraden die na de Meestergraad doorlopen kunnen worden en een verdieping van symboliek bieden.
Deze hebben zich in de loop van de achttiende en negentiende eeuw ontwikkeld en zijn opgenomen in diverse vaste gradenstelsels.
Kapittel
Aanduiding van een loge van bepaalde hogere graden; kapittels zijn meestal verenigd in een landelijk hoofdbestuur, het Hoofdkapittel.
Leerling
Een ingewijde in de eerste graad van de vrijmetselarij.
De symbolische arbeid van de leerling is het bewerken van de ruwe steen tot een zuivere kubiek, die geschikt is voor de bouw van de tempel. Dit wordt wel geïnterpreteerd als de taak van het individu om aan zichzelf te werken en zo een goed functionerend onderdeel van de samenleving te vormen.
Loge
Een plaatselijke, zelfstandige vereniging van een groep vrijmetselaren.
Tevens benaming voor de besloten ruimte waarin de groep bijeenkomt en het gebouw waarin deze ruimte zich bevindt.
Logegebouw
Gebouw, waarin een of meerdere loges bijeenkomen.
Doorgaans zijn hierin zowel vergaderruimtes, als speciaal voor rituele bijeenkomsten ingerichte ruimtes, en een bar en/of eetzaal in ondergebracht.
Maçonniek
Bijvoeglijk naamwoord, dat ‘vrijmetselaars’ of ‘van vrijmetselaars’ betekent.
Het Franse woord voor vrijmetselaar is ‘franc-maçon’. Vrijmetselaren worden wel aangeduid als ‘maçons’. Hiervan is het bijvoeglijk naamwoord ‘maçonniek’ afgeleid. Bijvoorbeeld: een maçonniek gebruik is een vrijmetselaarsgebruik.
Meester
Ingewijde in de derde graad van de vrijmetselarij.
In de loge wordt de voorzittersfunctie bekleed door de Voorzittend Meester.
Opziener
Titel van een bepaalde functionaris in een loge.
In iedere loge zijn twee Opzieners. De Tweede Opziener is verantwoordelijk voor de instructie van Leerlingen, terwijl de Eerste Opziener verantwoordelijk is voor die van de Gezellen.
Orde
Een vrijmetselaarsorganisatie, doorgaans georganiseerd in zelfstandige plaatselijke verenigingen (loges), die zijn aangesloten bij een landelijk bestuursorgaan met een democratisch gekozen Hoofdbestuur.
Sommige orden kennen ook een internationaal bestuursorgaan.
De loges die bij een bepaalde vrijmetselaarsorde zijn aangesloten werken, op enkele uitzonderingen na, met dezelfde ritus.
Opperbouwmeester des Heelals
Hoewel vrijmetselarij geen religie is, hanteert ze het beeld van een ‘Opperbouwmeester des Heelals', waaronder een individueel lid naar gelang zijn eigen geloofsovertuiging of levenshouding een Goddelijk, scheppend of creatief principe onder kan verstaan.
Regalia
Het geheel van rituele kledingstukken en onderscheidingen, waaraan het lidmaatschap van een loge, de functie binnen de loge en de graad van inwijding van een lid kunnen worden afgelezen. Bij een logefunctionaris worden hierbij ook gerekend de op het lichaam gedragen attributen die bij zijn functie horen.
Ritus
De verzameling van alle rituelen waarmee een (vrijmetselaars)organisatie werkt.
Deze werkwijze kan per maçonniek gradenstelsel en per land verschillen.
Rituaal
De tekst waarin een ritueel is verwoord.
Men spreekt van een 'ritualenbundel', wanneer een publicatie de rituelen (inclusief catechismus) van diverse graden beschrijft.
Ritueel
Alle ceremoniële handelingen en teksten die tijdens een bepaalde (maçonnieke) bijeenkomst uitgevoerd c.q. gesproken worden.
Tableau
Voorstelling van de essentiële symbolen van een bepaalde maçonnieke graad.
Een tableau, in de vorm van een geschilderde voorstelling of een vloertapijt, ligt (tijdens de rituelen in bepaalde graden in bepaalde riten) op de grond in het midden van de loge en dient als middelpunt van de rituele handeling.
Tempel
In de vrijmetselarij verwijst de tempel naar de Tempel van Salomo, zoals die in de Bijbel wordt beschreven.
De symbolische arbeid van vrijmetselaren bestaat uit het bouwen van die tempel, hetgeen wel wordt geïnterpreteerd als bouwen aan de tempel der mensheid, de maatschappij of samenleving.
Ook de logeruimte, waarin rituele bijeenkomsten plaatsvinden, werd van het midden van de negentiende tot het midden van de twintigste eeuw wel als tempel aangeduid.
Voorzittend Meester
Voorzitter van een loge.
Deze vervult zowel de bestuurlijke taken in een loge, die gebruikelijk zijn voor een verenigingsvoorzitter, als specifieke taken tijdens het ritueel.
Werktuigen
Hun symbolische arbeid spiegelend aan het middeleeuwse bouwvak, werken vrijmetsela­ren met diverse werktuigen uit dit bouwvak, waaronder: beitel, hamer, liniaal, maatstok, passer, schietlood, waterpas (paslood) en winkelhaak.
In de uitvoering van het maçonnieke ritueel, hebben al deze werktuigen en daarmee verrichte handelingen een symbolische betekenis.

Verklarende woordenlijst

stichting ter bevordering van wetenschappelijk Onderzoek naar de geschiedenis van de Vrijmetselarij in Nederland OVN op Twitter