Direct naar de navigatie

Geschiedenis

De vrijmetselarij in Nederland

Rituele werkwijze en symboliek

Algemene rituele werkwijze

De vrijmetselarij was (en is) geen sekte of godsdienst, maar een inwijdingsgenootschap. Bijeenkomsten vinden al sinds de achttiende eeuw plaats in een besloten ruimte, die afwisselend werk­plaats, loge of (ten onrechte) tempel werd genoemd. Deze vormt het toneel voor de rituele inwijdingen, waarbij een nieuw lid achtereenvolgens de graad, of het niveau, van Leerling, Gezel en Meester verkrijgt. Het verkrijgen van een hogere graad heeft niet het karakter van een beloning of promotie. Het gaat om een verdere verdieping in symboliek.

De symboliek van het maçonnieke ritueel werd ontleend aan de zinnebeeldige bouw van de Tempel van Salomo, zoals die in de Bijbel wordt beschreven. Het Nederlandse ritueel heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een versie waarin de Leerling (mens) wordt gezien als een ruwe steen, die na bewerking tot een volmaakte kubiek geschikt is voor de bouw van de Tempel. Aan de werktuigen van het bouwambacht, zoals passer en winkelhaak, wordt een symbolische betekenis toegekend. Bouw-, licht- en middelpuntsymboliek vervullen in het ritueel een centrale rol. Teksten en symbolen worden ontleend aan onder andere het Oude en het Nieuwe Testament­.

Centraal in de rituele werkwijze staat de mythe van Hiram Abiff, volgens de maçonnieke legende de bouwmeester van de Tempel van Salomo, die op gewelddadige wijze om het leven kwam. De oorsprong van de Hiram-mythe is onduidelijk. In elk geval is ze ten dele gebaseerd op de Bijbelse figuur Hiram (Hiram Abiff of Adonhiram), de koperslager die door de gelijknamige koning Hiram van Tyrus werd gezonden, om koning Salomo met de bouw van zijn tempel te helpen (1 Kon. 7:13-45; 2 Kron. 2-4). Het 'naspelen' van de Hiram-mythe vormt nog altijd een essentieel onderdeel van het ritueel van de Meestergraad, waarvan de symbolische dood en wederopstanding van de kandidaat en de Unio Mystica (eenwording met god) belangrijke onderdelen zijn.

Ontwikkeling van een gradensysteem

In 1723 werd door James Anderson The Constitutions of the Free-masons gepubliceerd: de eerste de eerste officiële publicatie en ‘wetboek’ van vrijmetselaren. Hierin is sprake van twee graden: Entered Apprentice en Fellow of the Craft or Master Mason. Pas in 1725 ontstond het systeem met de drie graden van Leerling, Gezel en Meester, dat nog altijd gebruikelijk is. Hoewel het uitdrukkelijk verboden was de ritualen op te schrijven, werden de ritualen van het nieuwe drie-graden-systeem in 1730 voor het eerst gepubliceerd in Samuel Prichard’s Masonry Dissected.
In de loop van de achttiende eeuw hebben zich diverse ‘hogere’ graden ontwikkeld, die een verdieping in de symboliek na de Meestergraad bieden. Een aantal hiervan raakte in onbruik, andere werden in de loop van de achttiende en negentiende eeuw opgenomen in vaste gradenstelsels. In Nederland werden onder meer in 1804 de Franse Rite Moderne (7 graden) en in 1913 de Amerikaanse Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (Ancient and Accepted Scottish Rite, 33 graden) ingevoerd.

In iedere maçonnieke graad staat een bepaalde mythe centraal. In de Leerling, Gezel- en Meestergraad is dat de bouw van de Tempel van Salomo. De graad van Uitverkoren Meester (Frans: Elu) kent diverse varianten. Sommige versies hebben betrekking op de straf van de moordenaars van Hiram Abiff. De graad van Schots Leerling, Gezel en Meester of Ridder van St. Andries draait om ‘het vinden van de onuitsprekelijke naam’, die van God. De graad van Ridder van de Degen en van het Oosten is gebaseerd op het (Bijbelse) verhaal van de herbouw van de verwoeste Tempel door de Joodse prins Zerubabel. De Rozekruisgraad is ontleend aan het Nieuwe Testament: de symboliek van de Hellevaart en Hemelvaart van Christus. Na de Tweede Wereldoorlog werd nog een aantal Britse hogere graden in Nederland ingevoerd, waaronder de Orde van het Heilig Koninklijk Gewelf (Royal Arch), de Merk Meesters (Mark Master Mason) en Tempeliers (Knight Templar) graden.

Deze ontwikkeling geldt voor de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Die van andere vrijmetselaarsorden in Nederland is anders verlopen. Zo kennen de loges van Nederlandse Federatie van ‘Le Droit Humain’ geen scheiding tussen een Grootloge van de drie graden van Leerling, Gezel en Meester, en een Hoofdkapittel van de hogere graden. Le Droit Humain (zie: Vrijmetselarij in Nederland: de twintigste eeuw; Vrijmetselarij en vrouwen) hanteert de graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, bestuurd door een Opperraad. Binnen Le Droit Humain wordt in Nederland ook in een aantal Britse graden gewerkt, waaronder de Mark Master Mason, Royal Arch en Knight Templar.

Spelelement

Tijdens de inwijding van een kandidaat wordt de mythe die in de betreffende graad centraal staat als het ware 'nagespeeld'. De wand- en plafondversieringen van de loge functioneren als 'decor' en de daarin gebruikte objecten als 'rekwisie­ten'. Vrijmetselarij kent dus een zeker toneelelement. De teksten die bij het ritueel worden gesproken, bevatten allerlei verwijzingen naar Bijbelteksten en ander geschriften, die voor een achttiende-eeuwse belezen man gemakkelijk te herkennen waren. In de negentiende en twintigste eeuw nam onder leden de belangstelling voor het Christelijke geloof en daarmee de kennis van dergelijke teksten steeds verder af. Omstreeks 1900 werd tegelijk met de opkomst van gemengde vrijmetselaarsorden theosofische symboliek in het ritueel geïntroduceerd. Ook werden vorm en taal van het ritueel verscheidene malen aangepast aan moderne inzichten. De oorspronkelijke vorm van het achttiende-eeuwse ritueel is echter deels bewaard gebleven.

Geschiedenis

De vrijmetselarij in Nederland

Rituele werkwijze en symboliek

stichting ter bevordering van wetenschappelijk Onderzoek naar de geschiedenis van de Vrijmetselarij in Nederland OVN op Twitter

Submenu van "de vrijmetselarij in Nederland"