Direct naar de navigatie

Geschiedenis

De vrijmetselarij in Nederland

De negentiende eeuw

Koninklijke bescherming

Vrijmetselarij werd in de Bataafs-Franse Tijd (1795-1814) als Frans fenomeen gepresenteerd door het Grand Orient de France en haar Nederlandse loges. Hierop volgde na 1814 een tegenreactie en liep het ledenaantal tot 1830 terug. Onder het bewind van prins Frederik (1797-1881), de tweede zoon van koning Willem I (1772-1843) en Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden van 1816 tot 1881, namen het ledenaantal en het prestige van de vrijmetselarij weer toe. Aanvankelijk werden vele ambtenaren en officieren lid. Na de grondwetsherziening in 1848 won de liberale bourgeoisie aan invloed en kreeg de vrijmetselarij een nieuwe impuls. Het ledental groeide en in de maçonnieke tijdschriften - een nieuw fenomeen - weerspiegelde zich de debatcultuur van die tijd. Toch hield Prins Frederik, een aimabele en hervormingsgezinde conservatief, consequent vast aan de regel dat disputen over politiek en religie in de loge taboe dienen te zijn.

De ‘koninklijke bescherming’ werd op den duur door velen als een belemmering ervaren. In 1882 werd prins Alexander (1851-1884) met een nipte meerderheid van stemmen tot Frederiks opvolger gekozen. Uit protest scheidde een aantal vrijmetselaren zich af in een onafhankelijke loge, de Nederlandsche Vrije Loge. Vervolgens werd een Tweede Vrije Loge opgericht, die met de eerste samenging in de Nederlandsche Vrije Logebond. Prins Alexander ontpopte zich als een vooruitstrevende Grootmeester, maar niettemin werd zijn overlijden in 1884 toch als een ‘bevrijding’ gezien. In 1887 werden de Vrije Loges geïncorporeerd in het Grootoosten der Nederlanden als de loge Nos Vinxit Libertas.

Koerswijzigingen

In de periode 1800 tot 1900 werden circa 50 loges opgericht, sommige waarvan maar kortstondig bestaan hebben. In de eerste helft van de negentiende eeuw hadden de loges soms meer weg van een gezapige herensociëteit dan van een maçonnieke ‘werkplaats’. De drang naar hervormingen was echter groot. De vrijmetselarij maakte een verinnerlijkingsproces door, geheel in de geest van de wijsgerige en radicale stromingen van die dagen. De Amsterdamse loge Post Nubila Lux, in 1847 opgericht door Mozes Salomon Polak (1801-1874) zonder toestemming van het Grootoosten der Nederlanden, wilde de vrijmetselarij omvormen tot een ‘wijsgerige school’. De vrijdenkersvereniging De Dageraad kwam uit haar midden voort. Hoewel de loge, mede wegens haar egalitaire karakter, op veler sympathie mocht rekenen, mocht ze pas na het overlijden van haar laatste radicale Voorzittend Meester, Frans Christiaan Gunst (1823-1885) in 1886 toetreden tot het Grootoosten der Nederlanden.

Onder de Grootmeesters P.J.G. van Diggelen (1837-1907, in functie 1885-1892) en Gerrit Vas Visser (1838-1911, in functie 1892-1906) vond een koerswijziging plaats. De Orde wilde een actievere rol in de maatschappij spelen en roerde zich nu ook in politieke en godsdienstige kwesties. Omstreeks 1900 kregen de loges echter met ledenverlies te kampen en ging men zich bezinnen op de vraag of de vrijmetselarij niet te ver van haar oorspronkelijke doelstellingen was afgedwaald.

Symboliek

De negentiende-eeuwse vrijmetselarij wordt doorgaans ‘deftig’ en ‘burgerlijk’ genoemd. De leden distantieerden zich van de ‘ludieke’ en ‘aristocratische’ logepraktijken van het Ancien Régime. De rituelen kregen een Romantisch-Victoriaans karakter: lange toespraken, soberder ceremonieel. Dood- en rouwsymboliek en de daarmee geassocieerde kleuren zwart en zilver kwamen centraal te staan. In 1819 stichtte prins Frederik, die in de slag bij Waterloo zelf tegen de Franse ‘koningsmoordenaars’ had gevochten, de Afdelingen van de Meestergraad. Nationalisme speelde een rol in de oprichting: ze waren bedoeld als een Nederlands, ethisch en verlicht alternatief voor de van oorsprong Franse ‘hoge graden’, die tot dan toe populair waren. Bovendien vond prins Frederik de Rozekruisgraad, waarvan de symboliek de Helle- en Hemelvaart van Christus weergeeft, blasfemisch van karakter. De rituaalherzieningen van 1865 en daarna werden daarom meer door de Duitse en Engelse rituelen geïnspireerd.

Geschiedenis

De vrijmetselarij in Nederland

De negentiende eeuw

stichting ter bevordering van wetenschappelijk Onderzoek naar de geschiedenis van de Vrijmetselarij in Nederland OVN op Twitter

Submenu van "de vrijmetselarij in Nederland"